Campagnespot: UIT OVERTUIGING


     

Bijdrage Roel Kuiper aan debat over invoering fosfaatrechten en grondgebonden groei melkveehouderij

roel-kuiper-vierkant-600x600dinsdag 16 mei 2017 22:42

Vandaag heeft de Eerste Kamer gedebatteerd over de voor de melkveehouderij ingrijpende reductie van de fosfaatproductie. Nadat enkele jaren geleden het melkquotum is afgeschaft, is als gevolg van snelle groei van de veestapel het nationale fosfaatplafond in 2015 overschreden. Om weer structureel onder dat fosfaatplafond te komen en de voor de melkveehouderij cruciale derogatie op de Nitraatrichtlijn veilig te stellen, wordt een fosfaatrechtenstelsel ingevoerd. Gegeven de ontstane situatie ziet de ChristenUnie deze maatregel als onontkoombaar.

Bij het debat over deze verstrekkende ingreep heeft fractievoorzitter Roel Kuiper onder meer gepleit voor toekomstperspectief voor jonge boeren en voor een goede omgang met alle knelgevallen. Dwars door deze crisissituatie heen hoopt hij dat de maatregelen uiteindelijk zullen bijdragen aan gezonde grondgebonden gezinsbedrijven.

Voorzitter,

Ons landbouwbeleid is ingewikkeld geworden met een woud aan regels en bijbehorende administratieve verplichtingen. Ergens midden in dat woud bevinden we ons vandaag en we hopen niet te verdwalen.  Wat zou het een zegen zijn als hierin vereenvoudiging kan worden gebracht voor de sector, maar ook voor de politiek zelf. De ingewikkeldheid komt ook door de vele afhankelijkheden o.a. van Europees beleid. In ons landbouwbeleid proberen we al sinds lang vanuit een stelsel van afhankelijkheden toe te groeien naar een stelsel van evenwichten. Daar is mijn fractie ook vandaag naar op zoek.

Wie in dat stelsel van afhankelijkheden al te roekeloos aan een van de knoppen draait brengt het beleid direct in onbalans. Evenwicht tussen milieubelasting en verantwoorde productie wordt in de melkveehouderij bereikt door reductie van meststoffen, verkleinen van veestapels en het herstellen van kringlopen, gebonden aan grond en met het oog op lokale en ecologische functies. Bij evenwicht hoort ook een gezond perspectief voor veel familiebedrijven die willen kunnen leven en overleven in een sector waarin de melkveehouder prijsnemer is en nauwelijks in staat de condities van de markt te beïnvloeden. De enige manier waarop zij hun eigen inkomen kunnen vergroten - naast het zelf verwerken van producten of het anderszins verbreden van hun bedrijf - is door het opschroeven van de productie. Maar wanneer boeren aan die knop draaien ontstaan de waterbedproblemen op een andere plaats met alle gevolgen van dien. Dat is gebeurd in 2015, toen de melkquotering verdween en er ongebreidelde groei plaatsvond. Wat voor het individuele bedrijf een rationele keuze leek, wordt collectief een ‘tragedy of the commons’.

We moeten het vandaag hebben over de fosfaatreductievoornemens voor 2017, maar ik wil het ook hebben over de langere termijn. Wat we hebben te beoordelen zijn de noodmaatregelen om onder het toegestane fosfaatplafond te blijven (om de derogatie veilig te stellen), maar ook de vraag hoe de toekomst van de landbouw eruit ziet. Hoe koersen we af op een stelsel van evenwichten, hoe krijgen we een sector die duurzaam kan produceren en in balans is met omgeving en landschap en hoe krijgen we een sector met toekomstperspectief voor jonge boeren? Wij willen van de staatssecretaris weten hoe dit crisisbeleid samenhangt met het perspectief op een duurzame landbouw en levensvatbare bedrijven? De melkveesector is vanouds letterlijk beeldbepalend geweest voor de Nederlandse landbouw en ons landschap. Dat moet ze blijven, op een houdbare manier.

Fosfaat ruimen op korte termijn

Voorzitter, dat er, nadat de Nederlandse veehouderij vanaf begin 2015 het fosfaatplafond (172,9 miljoen kg) begon te overschrijden, moest worden ingegrepen is zonneklaar. De derogatie stond op het spel. Onder invloed van het fosfaatreductieplan is de productie van fosfaat in het eerste kwartaal van dit jaar reeds met 4,5 mln kg gedaald naar 175 mln kg. Dat gaat de goede kant op. Gaan we erin slagen dit jaar onder het plafond te komen? Wat voor effect zullen rechterlijke uitspraken hierop hebben als honderden bedrijven gaan procederen en ontheffing krijgen?

Een gevoelig punt dat samenhangt met zowel het oordeel van de rechter als de reeds in een eerder stadium gemaakte opmerkingen van de RvS betreft de inmenging in het eigendomsrecht door de overheid onder meer door het vasthouden aan een enkele peildatum. Hoe beoordeelt de staatssecretaris dit element van de kritiek van de RvS, die terzake bleek te zijn? Is het realistisch te hopen dat de knelgevallenregeling, waarin de wet voorziet, snel en voldoende soelaas zal bieden? Veel melkveehouders hebben hierop een hoop gevestigd. Over die knelgevallenregeling bestaat echter nog veel onduidelijkheid. Graag horen we er van de staatssecretaris in dit debat meer over. De op basis van het amendement van CDA en ChristenUnie verruimde knelgevallenreling, wordt nu uitgewerkt door een commissie, zo lazen we in de brief van afgelopen vrijdag, maar hoeveel fosfaatruimte krijgt de knelgevallencommissie eigenlijk van de staatssecretaris?

Wie de cijfers over bedrijfsbeëindiging tot zich neemt ziet een enorme afname van het aantal vooral kleinere melkveebedrijven. Daarom een vraag over de stoppersregeling (naast het voerspoor en de fosfaatreductieregeling) het derde instrument in dit plan. Hoe gevoelig is deze voor speculatie? Kan het zo zijn dat melkveehouders die nu gebruik maken van deze regeling in theorie gewoon weer beginnen met hun bedrijf op basis van de toegekende fosfaatrechten. Er wordt nu al een levendige handel in fosfaatrechten in het vooruitzicht gesteld. Wordt dit een probleem in de praktijk? En zo ja, hoe denkt de staatssecretaris hiermee om te gaan?

Wetgeving voor de middellange termijn

Voorzitter, daarmee ben ik bij de wetten zelf gekomen. Dat deze voor de Nederlandse melkveehouderij zeer ingrijpend zijn staat buiten kijf. Het is lastig dat we pas in het najaar duidelijk wordt of de derogatie is veilig gesteld. Dat levert veel onzekerheid op in de sector. De wet gaat uit van de veronderstelling dat die derogatie in de toekomst kan worden veilig gesteld. Kan de staatssecretaris iets zeggen over wat hij zelf verwacht dat er zal gebeuren? Wat zijn de inspanningen in Brussel om de derogatie definitief veilig te stellen?

De maatregelen grijpen diep in, maar werken ze ook in de goede richting? Wie stopt levert grond in en dit draagt bij aan het gevecht om de schaarse ruimte, waarin de kapitaalkrachtigen het winnen. Zal het zo zijn dat straks slechts de schaalvergroters kunnen overleven in een markt waarin grote agrifoodbedrijven de piketpalen uitzetten? Dan zouden jonge boeren en relatief extensieve bedrijven de dupe worden van de invoering van het fosfaatrechtenstelsel. We willen een toekomst voor de sector, voor een meer biologische landbouw en een duurzame productiewijze met gesloten kringlopen. De versterking van de technisch-wetenschappelijke aanpak binnen normen en eisen brengt ons daar niet per definitie dichter bij. Welke kant willen we nu op in Nederland? Graag hoor ik een reflectie van de staatssecretaris op dit punt.

Perspectief voor duurzame landbouw op lange termijn

Op korte en middellange termijn romen we af en verscherpen we allerlei voorwaarden voor grondgebonden groei, maar welk perspectief resteert er voor een nieuwe generatie boeren die bedrijven willen overnemen?

Daar maakt mijn fractie zich eerlijk gezegd grote zorgen over. De huidige afromingsinspanningen en de mogelijk straks kostbare fosfaatrechten zorgen ervoor dat jonge ondernemers in de toekomst moeilijker en tegen hogere kosten een bedrijf kunnen overnemen. Wat zijn zij er mee opgeschoten als ze straks moeten betalen voor dure fosfaatrechten in plaats van een duur melkquotum? Hoe kan dit ingewikkelde systeem met goede en verkeerde prikkels evenwichtiger worden? Welke rol kan de fosfaatbank hierin spelen? Wordt deze door de staatssecretaris vooral ingezet als een 'toekomstbank' voor jonge boeren, voor hen die net een bedrijf hebben overgenomen? Met het oog op de melkveehouders die telkens weer bekneld raken tussen al die regels van de overheid, de opgave om hun uitstoot sterk te reduceren en een (te) lage melkprijs om blijvend verantwoord tegen te produceren, zijn dit urgente vragen.

Boeren alleen laten opdraaien voor de onbalans die hierin ontstaan is, is niet fair. Voor de kleine ramp die nu is ontstaan dragen ook anderen een verantwoordelijkheid: geldverstrekkers, belangenorganisaties, afnemers, de retail en de overheid. Er is veel ongeprijsde schaarste en daarover moeten we het hebben. Ook supermarkten zouden zich dit moeten realiseren en een ‘eerlijker’ prijs voor de melk (en vlees) vragen en daarmee een meer duurzame landbouw ondersteunen. In een stelsel van evenwicht wentelen we de consequenties niet af op een enkele groep, maar proberen we elkaars lasten te dragen. Maar dan moet de transitie naar een andere benadering met meer evenwichten ook samen gemaakt worden. Dat vraagt een solidariteit die nu in de sector onder druk komt te staan. Als iets dat duidelijk maakt, zijn dat wel de zeer uiteenlopende reacties op de uitspraak van de rechter over de fosfaatreductieregeling.

Enkele jaren geleden voorspelde de Raad voor de Leefomgeving in Ruimte voor duurzame landbouw (maart 2013) dat de schaalvergroting in de melkveehouderij door zou gaan en dat er dan de uitdaging voor dit bedrijfstype komt te liggen op het vlak van de ecologie en de inpassing in het landschap. Dit bedrijf zal immers aangewezen blijven op technisch-wetenschappelijke oplossingen voor de complexe bedrijfsvoering. Dat zet blijvend druk op duurzame productietechnieken en roept de vraag op of het met het oog op de gezochte evenwichten niet een slag anders en vooral ook minder kan. De wetten die nu voorliggen beogen reductie en grondgebonden groei, maar er is een blijvende bezinning nodig op de toekomstbestendigheid van onze landbouw. We zien uit naar de gedachten van de staatssecretaris, ook op dit punt.

« Terug